Toelichting ‘Op weg naar een sterk en vernieuwend technisch onderwijs’
Op 5 juni jl. heeft de minister van Onderwijs Arie Slob een brief naar de Tweede Kamer gestuurd met daarin beleidsvoornemens om het technisch vmbo een extra impuls te geven; €100 miljoen voor vmbo Techniek. De regeling is op 21 juni in werking getreden en als zodanig in de Staatscourant gepubliceerd.
De kern van het beleid is:
- beter inspelen op de grote vraag naar personeel vanuit het bedrijfsleven;
- proberen een dekkend aanbod van technische opleidingen in de regio te behouden;
- investeren in nieuwe ontwikkelingen;
- investeren in docenten, om zo het lerarentekort in technische opleidingen terug te dringen.
Het genoemde bedrag van €100 miljoen wordt in drie fases onder voorwaarden toegekend.
Fase 1: 2018 en 2019 - Planvorming en kwaliteitsimpuls voor de harde techniek
Scholen ontvangen een bedrag per leerling. Dit geldt alleen voor de technische profielen, zoals Bouw, Wonen en interieur (BWI), Mobiliteit en Transport (M&T) en Produceren, Installeren en Energie (PIE).
Het geld kan aan de volgende onderwerpen worden besteed:
- inventaris;
- materieel;
- inzet van docenten of ondersteuners;
- professionaliseren van docenten;
- vergroten van de instroom in technische opleidingen;
- ontwikkelen van nieuwe keuzevakken ;
- verbeteren van de doorstroom naar het mbo.
In 2018 ontvangen scholen €1.500 per leerling in de bovenbouw en in 2019 wordt dit bedrag verhoogd naar €3.000 euro per leerling. Voor de gemengde leerweg is dit respectievelijk €750 en €1.500 per leerling.
In deze fase worden plannen gemaakt die bij fase 2 worden uitgevoerd. Scholen met een beroepsgericht vmbo ontvangen €50 per bovenbouw leerling om deze plannen op te stellen.
Fase 2 - Transitiefase vanaf 2020 tot 2023
Aan scholen wordt gevraagd in deze periode te gaan werken met regioplannen. Dit om de genoemde doelstellingen te realiseren. Vmbo-scholen met de ‘harde’ techniekopleidingen hebben de lead in deze fase. Hen wordt gevraagd om samen met andere vmbo-scholen plannen te maken die voldoen aan de volgende criteria:
- realisatie van een dekkend aanbod van technisch onderwijs in de regio met een duidelijk toekomstbestendig karakter;
- verhoging van de kwaliteit van het technische onderwijs. Te denken valt aan: meer en beter opgeleide docenten, moderne faciliteiten en apparatuur, permanente innovatie en goede materialen.
Elke regio krijgt de ruimte om zelf te bepalen hoe ze deze doelstellingen willen bereiken en hoe men wil blijven inspelen op de snelle veranderingen in techniek en technologie. Belangrijk voor de beoordeling is dat de doelstellingen opgesteld zijn met relevante regionale partijen, zoals alle vmbo- techniekscholen, andere vmbo-scholen, vso-scholen met het uitstroomprofiel vervolgonderwijs, het mbo en het bedrijfsleven.
Het bedrag dat per regio beschikbaar wordt gesteld, is afhankelijk van het aantal leerlingen dat in de bovenbouw zit en gekozen heeft voor de vijf technische profielen. Tevens wordt aan het bedrijfsleven een bedrag van 10% gevraagd in geld of natura.
Fase 3 - Structurele fase 2024 en daarna
In de derde fase wordt de omslag naar dekkend en kwalitatief onderwijs gerealiseerd en uitgebouwd. Kernpunt hierbij is dat het onderwijs zich voortdurend zal blijven aanpassen aan de veranderingen die in de techniek spelen.
Bronnen:
- samen naar een sterk technisch vmbo/5-6-2018
- publicatie van regeling in de staats courant/13-6-2018
Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Adriaan de Graaff, interim-manager
« Terug
Huizenga van der Brugge